Gelingadvies
Stalbouw

De Omgevingswet komt eraan


Geschreven door: Stijn de Crom op 2020-03-27 09:11:57

 

De invoering van de omgevingswet komt steeds dichterbij. De Eerste Kamer heeft de invoeringswet aangenomen. De planning is dat op 1 januari 2021 de omgevingswet wordt ingevoerd. Het definitieve besluit valt rond de zomer.


Wat is de Omgevingswet?

De Omgevingswet is een wet die bestaande wetten en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water bundelt. Daarmee vormt de wet de basis voor alles wat te maken heeft met de fysieke leefomgeving. Met de fysieke leefomgeving wordt bedoeld datgene wat je ziet, voelt, ruikt en hoort. Kortom alles wat je waar kunt nemen. Dat zijn bijvoorbeeld gebouwen, wegen, parken of een schone lucht.


Doelen omgevingswet

Met de invoering van de wet heeft de overheid 4 doelen. Het eerste doel is dat het makkelijker en overzichtelijker wordt. In de plaats van de vele wetten, plannen en verordeningen die er nu zijn, wordt alles gebundeld in één wet, de omgevingswet. En alle plannen voor de fysieke leefomgeving worden gebundeld in het zogenaamde omgevingsplan. Zo zal het bestemmingsplan in het omgevingsplan zitten, maar ook de geurverordening en het terrassenbeleid van de gemeente. Door het samenvoegen van deze wetten en regels moet de onderlinge samenhang en leesbaarheid verbeteren. Een voorbeeld hierbij is dat op dit moment meerdere betekenissen gebruikt worden voor hetzelfde begrip. Straks geldt voor ieder begrip één betekenis.

Het tweede doel is dat besluiten sneller en beter worden. Met de huidige werkwijze is het al mogelijk om een vergunning voor bouwen, milieu en afwijken van het bestemmingsplan in een keer aan te vragen. Omdat in de omgevingswet nog meer wetten en regels gebundeld zijn, is het mogelijk om nog meer te regelen met één vergunning. Net als nu hoeft de aanvraag niet als één vergunning aangevraagd te worden. Het blijft mogelijk om te werken met deelvergunningen.

Sneller en beter geldt ook voor de noodzakelijke onderzoeken. Onderzoeken onder de omgevingswet hoeven alleen als dit van belang is voor de besluitvormingen en deze blijven langer geldig. Bovendien kunnen onderzoeken uitgevoerd worden voor een groot gebied, zodat plannen in dat gebied dit zelf niet meer hoeven te onderzoeken.

In de omgevingswet is het inbouwen van meer flexibiliteit een doel. Gemeenten, provincies en waterschappen krijgen meer ruimte om flexibel te zijn. Dit op twee manieren. Ten eerste komt er de mogelijkheid om voor een gebied strengere of minder strenge regels op te stellen. Hiermee kan in een gebied meer ontwikkeling plaatsvinden, terwijl in het andere gebied gekozen wordt voor behoud van de bestaande situatie. Ten tweede kan dit door maatwerk te bieden per project. Zo kunnen projecten die gewenst zijn toch doorgang vinden, ook als ze eigenlijk niet binnen de kaders van het omgevingsplan passen.

Het laatste doel van de omgevingswet is het zorgen voor een afweging van alle aspecten van de fysieke leefomgeving bij een vergunning. Door alle aspecten samen te beoordelen, moet de kwaliteit van de besluiten beter worden. En dit moet weer leiden tot een betere kwaliteit van de leefomgeving.

 

In de praktijk

De ingang van de omgevingswet heeft gevolgen voor de praktijk. Het omgevingsloket, waar op dit moment vergunningen worden aangevraagd, komt te vervallen. Ook ruimtelijkeplannen.nl komt te vervallen. Deze worden vervangen door het Digitaal Stelsel Omgevingswet. Hierin kunnen alle plannen worden ingezien en vergunningen worden aangevraagd.

De procedures voor de verlening van de vergunningen veranderd nauwelijks. Procedures blijven gelijk, met een korte (reguliere) en een lange (procedure) procedure.

In de omgevingswet komen de van rechtswege verleende vergunningen te vervallen. Als de termijn verstrijkt, zijn er geen harde gevolgen meer.

Tot slot zal de werkwijze veranderen. Nog meer dan nu wordt het noodzakelijk om plannen breed en samenhangend te benaderen. Bij ons als adviesbureau wordt een plan al breed bekeken om geen noodzakelijke vergunning over het hoofd te zien. Aan de kant van de overheden zal de toetsing op een andere manier plaats moeten vinden. Niet meer per aspect, maar integraal, waarbij er keuzes moeten worden gemaakt. Een deel van de toetsing door de overheden verschuift hierbij. Er wordt niet meer vooraf getoetst, maar achteraf door middel van handhaving gekeken of aan de voorwaarden voldaan.

Het is afwachten hoe zich dit gaat ontwikkelen. Vooral in de beginperiode kan het verlenen van vergunningen mogelijk vertraging oplopen, omdat het de vraag is of de systemen op tijd gereed zijn. En de gemeenten moeten wennen aan de nieuwe werkwijze.

 

  • Deel op Twitter
  • Deel op Facebook
  • Deel op LinkedIn