Gelingadvies
Stalbouw

Stikstof in het bestemmingsplan


Geschreven door: Stijn de Crom op 2020-10-26 13:54:51

 

Er is de laatste tijd al veel gezegd over het onderwerp van deze nieuwbrief. De vernietiging van de PAS, de impasse die vervolgens ontstond. En recent nog de aandacht voor intern- en extern salderen. Wat hierbij vaak niet aan de orde gekomen is, is stikstof in relatie tot het bestemmingsplan. Dit geldt met name als er een zelfstandig bestemmingsplan wordt doorlopen. Als hier vooraf niet goed over nagedacht wordt, kan het leiden tot vertraging.


Basis

De basis in het kader van het bestemmingsplan is dat uitvoering geven aan een plan[1], dat wat het plan mogelijk maakt, niet mag leiden tot negatieve effecten op Natura2000-gebieden. Dit is niet anders dan bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning milieu- en/of bouw. Maar hoe dit beoordeeld wordt en welke gevolgen dit kan hebben is opvallend anders. Te beginnen met de referentiesituatie.


Referentiesituatie

In het kader van een omgevingsvergunningsaanvraag en een aanvraag om een vergunning in het kader van de Wet Natuurbescherming is de referentiesituatie gelijk aan de milieukundig toegestane (melding/vergunning) emissie van stikstof ten tijde van aanwijzing van een beschermd gebied, tenzij daarna een lagere emissie is verleend of de verleende vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming.

De referentie in het kader van een bestemmingsplan is anders. Hierbij wordt niet gekeken naar wat milieukundig vergund is. De referentiesituatie is gelijk aan de depositie van stikstof die feitelijk, planologisch legaal aanwezig is voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan of de verleende vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming.

Met feitelijk en planologisch legaal wordt bedoeld dat alleen de emissie die daadwerkelijk aanwezig is meegeteld wordt. Is er een stal met vergunning voor 200 koeien maar worden er maar 120 koeien in gehouden? Dan wordt uitgegaan van 120 in de plaats van 200 koeien, want er zijn feitelijk maar 120 koeien aanwezig. Of is er een vergunning voor een varkensstal, maar staan er nu caravans (zonder dat dit vergund is)? De vergunde varkensstal telt dan niet mee in de referentiesituatie (de varkens zijn niet aanwezig en de caravans zijn niet legaal).

Het opvallende hierbij is dat als er 220 koeien in de stal hadden gestaan of in de varkensstal kippen zouden zitten (en het bestemmingsplan zou niet begrensd zijn op het aantal koeien en pluimvee) de referentiesituatie voor het bestemmingsplan 220 koeien zou zijn en de varkensstal zou weer meetellen, maar dan wel met de emissie van het pluimvee. Het gaat namelijk alleen om de planologisch legale situatie. Er wordt niet gekeken naar wat milieukundig vergund is.

Maar wat nu als er een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming is? Die kan ook dienen als referentie zoals hiervoor aangegeven. Dat klopt inderdaad. Maar dan moet deze wel één op één toezien op de toekomstige situatie. Dus staat een luchtwasser verkeerd of wordt het jongvee op een andere plaatst gehuisvest? Dan kan de vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming niet meer gebruikt worden als referentie ook al neemt de depositie af.


Consequentie

Als een plan niet past binnen de referentiesituatie en er is geen vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming, dan kan de consequentie zijn dat een plan-m.e.r.[2] noodzakelijk is. Een dergelijke procedure is complex en kostbaar.

Als uw plan voor stikstof[3] geen gevolgen heeft voor omliggende gebieden is een plan-m.e.r. niet noodzakelijk . Het uitvoeren van een berekening van de depositie van stikstof in de toekomstige situatie, waaruit blijkt dat er geen gevolgen zijn (er is geen sprake van een toename van de depositie), is dan voldoende.

 

Voorkomen plan-m.e.r.

Stel u gaat aan de slag met een plan en het bestemmingsplan moet gewijzigd worden en u wilt een plan-m.e.r. voorkomen. Dan kan er op twee manieren gehandeld worden. De eerste is het aanvragen van een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming die toeziet op de door u gewenste situatie. Deze wordt vervolgens één op één vertaald in het bestemmingsplan, waarbij de depositie van de verleende vergunning ook meteen de maximale invulling van het bestemmingsplan is voor stikstof. Nadeel hierbij is dat het op dit moment lang kan duren voordat een dergelijke vergunning onherroepelijk[4] is. En het bestemmingsplan kan pas in procedure als de vergunning onherroepelijk is. Dat betekent ten minste enkele maanden en in sommige gevallen meer dan een jaar wachten, voordat er verder gegaan kan worden.

De tweede manier is de huidige referentiesituatie in het kader van het bestemmingsplan als uitgangspunt nemen. Vanwege de verplichting om emissie reducerende technieken toe te passen, neemt de depositie in veel gevallen af ten opzichte van de referentiesituatie. Dit geldt vaak ook als omgeschakeld wordt van een agrarische functie naar een niet-agrarische functie. Dan kan het bestemmingsplan meteen door en hoeft niet gewacht te worden op de vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming. Nadeel is dat dit niet kan als de depositie van stikstof toeneemt. Verder moet de referentiesituatie onderbouwd kunnen worden.

Kortom, heeft u plannen waarbij ook een aanpassing van het bestemmingsplan nodig is? Dan is het belangrijk om ook uw referentiesituatie in het kader van het bestemmingsplan duidelijk te hebben. Wij helpen u graag om deze referentiesituatie in kaart te brengen en te kijken of er, en zo ja welke, vervolgstappen nodig zijn.



[1] Hier wordt de maximale invulling van het plan bedoeld. Wordt in het plan een mogelijkheid geboden voor een camping of streekproductenwinkel, dan moeten deze bij de beoordeling meegenomen worden alsof ze er zijn. Dus de stikstof veroorzaakt door de camping of streekproductenwinkel moet meegenomen worden. 

[2] Plan Milieueffectrapportage (afkorting plan-m.e.r.) brengt de milieugevolgen van een plan in beeld voordat daarover een besluit wordt genomen. De onderzoeksresultaten worden gepubliceerd in een milieueffectrapport (MER).

[3] Ligt uw locatie dichtbij een Natura-2000 gebied (minder dan 1 kilometer) moeten mogelijk ook andere effecten zoals verstoring door licht en geluid beoordeeld worden. Ook daaruit kan een plan-m.e.r. plicht volgen.

[4] Een vergunning wordt onherroepelijk als deze is vastgesteld en er geen beroep is aangetekend of als de rechter (Raad van State) heeft besloten dat de vergunning terecht verleend is.

  • Deel op Twitter
  • Deel op Facebook
  • Deel op LinkedIn