HET STIKSTOFAKKOORD VAN HET KABINET

Dit artikel is geplaatst op 29-06-2026

Op 26 juni 2026 is het kabinet het eens geworden over een ingrijpend plan om de uitstoot van  stikstof te verminderen.

Eerder was al uitgelekt dat het kabinet rond 20 grote natuurgebieden zoals de Veluwe en de Peel, zones van 1 kilometer wilde maken waarin minder ammoniak en stikstof mag worden uitgestoten. Nu zijn dit 15 natuurgebieden geworden waarbij de zone van 1 kilometer wordt aangehouden en bij 85 natuurgebieden komen zones van 500 meter.

Er wordt een strengere norm voor grondgebondenheid in de melkveehouderijen ingevoerd. Het gaat dan om een maximum aantal koeien per hectare dat op de grond gehouden mag worden. Uiteindelijk is gekozen voor een norm van maximaal 2,6 melkkoeien (gve) per hectare als eindnorm in 2035. Hiervoor is het mogelijk om dit (gedeeltelijk) in te vullen via samenwerkingsovereenkomsten met akkerbouwers binnen een straal van 25 kilometer.

Boerenbedrijven welke in een van de zones liggen moeten voldoen aan strengere eisen. Ze kunnen beëindigen, verplaatsen of innoveren om minder ammoniak en stikstof te emitteren. Landelijk is gesteld dat de uitstoot met generiek 42-46% omlaag moet. Deze generieke korting wordt aangevuld met een extra korting van 20% voor bedrijven in de zoneringen.

Met de stikstofmaatregelen moet de totale uitstoot van stikstof en ammoniak in 2035 flink verlaagd worden ten opzichte van 2019.

Er komt verder een rekenkundige ondergrens voor de stikstofuitstoot per provincie. Afhankelijk van hoe de staat van de natuur in een provincie is, zal die bij de ene provincie eerder ingevoerd kunnen worden dan bij een andere. Dit betekent dat provincies waar minder stikstofgevoelige natuur is of waar de natuur al is hersteld, eerder de ondergrens gebruikt mag worden dan provincies waar de opgave groter is. De rekenkundige ondergrens zal voor een heel aantal projecten (bedrijven) betekenen dat er geen natuurvergunning voor stikstof nodig is. Ook bouwprojecten komen daarmee ook vaker van het stikstofslot.

De kritische depositiewaarde wordt uit de wet gehaald. Hiermee werd bekeken hoeveel stikstofneerslag een natuurgebied aankan. Het kabinet dient dan nog wel op zoek te gaan naar een andere methode om het effect van de uitstoot op de staat van de natuur te meten.

Van de beschikbare € 20 miljard vanuit het Rijk wordt € 9 miljard ingezet voor bedrijven die in de zonering vallen. Ook komt er een beloningsysteem voor ondernemers die voorop lopen. Naast de landbouw wordt bovendien voor verkeer en industrie aangegeven dat zij een extra stap moeten zetten, hier is het doel 50% reductie aan stikstof-emissie in 2035 ten opzichte van 2019. Er ligt daarbij tevens een belangrijke rol voor onder andere de levensmiddelenindustrie.

Het pakket zet breder in dan alleen stikstof en kijkt voor natuurherstel bijvoorbeeld ook naar verdroging, of juist vernatting. Waar het verder mogelijk is, mogen provincies zelf de versnelling erin houden.

De vergunningverlening moet hiermee vanaf eind 2027 gebied voor gebied weer op gang komen. Met als volgorde van belangrijkheid: PAS-melders, voorlopers en gebiedsafhankelijkheid.

In oktober 2026 dient het kabinet bij de tweede kamer een spoedwet in om de KDW uit de wet te halen en de nieuwe rekenkundige ondergrens vast te stellen. Dit zijn de belangrijkste onderdelen om het geheel juridisch geborgd te krijgen, een juridisch houdbare rekenkundige ondergrens is cruciaal.

De minister van LVVN geeft aan dat iedereen snakt naar duidelijkheid. Met deze voorstellen komt die duidelijkheid mogelijk wat dichterbij maar het is en blijft voor als nog een hele kleine stip aan de horizon.