WET KWALITEITSBORGING VOOR HET BOUWEN

Dit artikel is geplaatst op 10-11-2023

Vanaf 1 januari treedt de wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) in werking. Deze wet regelt dat er meer toezicht en controle zal zijn tijdens het bouwproject.

De bedoeling is dat door deze wet er meer toezicht en controle is tijdens de bouw en dat er minder fouten gemaakt zullen worden tijdens het bouwproces. Naast het verbeteren van de bouwkwaliteit dient met de wet ook de positie van de consument versterkt te worden. Als gevolg hiervan komt er meer aansprakelijkheid te liggen bij de aannemer.

Een onafhankelijke controleur, de kwaliteitsborger genoemd, controleert of een bouwwerk voldoet aan de wettelijke en technisch eisen. Deze kan worden ingeschakeld door de opdrachtgever van het bouwproject maar mag ook worden ingeschakeld door de aannemer of een andere, bij de bouw, betrokken partij. Voorwaarde is wel dat de kwaliteitsborger op geen enkele manier in een andere rol (dan als kwaliteitsborger) betrokken mag zijn bij het bouwproject. Een architect, adviseur, bouwer of een projectontwikkelaar kan dus geen kwaliteitsborger zijn bij een project waar ze zelf bij betrokken zijn.

De kwaliteitsborger geeft een verklaring af wanneer het bouwwerk is gebouwd volgens de voorschriften. Het in gebruik nemen van het bouwwerk zonder gereed melding (verklaring) is niet toegestaan. De gemeente dient toe te zien dat er gewerkt wordt met een geaccrediteerd kwaliteitsborger. De verplichtingen vanuit de Wkb rusten op de vergunninghouder. Dit kan enerzijds de realiserende partij (aannemer) zijn, wanneer deze de omgevingsvergunning aanvraagt, of anderzijds de opdrachtgever. De kwaliteitsborgers dienen erkend te zijn en zijn daarom nog schaars. De kosten die de kwaliteitsborger met zich mee brengt wordt gedragen door de opdrachtgever van de kwaliteitsborger. Uiteindelijk zal dit dus betaald worden door de eindgebruiker.

Deze wet zal op 1 januari 2024 ingaan voor nieuwbouw projecten. Voor verbouwprojecten zal dit op een later tijdstip ingaan. Bovendien geldt het nieuwe stelsel eerst alleen voor bouwwerken in de laagste gevolgklasse. Dit zijn bijvoorbeeld eengezinswoningen en kleinere bedrijfspanden.